
Het is vijf uur 's middags. Het buffelen zit er op. Ik loop naar buiten, doe de Rode Nachtegaal van slot,
zet m'n helm op, verricht de rituele handelingen, zet hem op contact, trap hem aan en rij weg.
Onderweg naar huis zie ik van rechts, op niet al te grote hoogte, twee reigers aan komen vliegen.
Onder de indruk van hun imposante vlucht blijf ik naar ze kijken. Op het moment dat ze zo'n beetje
voor me langs vliegen denk ik: 'Als er nu eentje schijt dan...' en ja hoor, de laatste van de twee
ontspant de sluitspier en een straal van ruim een meter suist richting aarde (mij dus!). Het lijkt
zelfs alsof de reiger daarna met minder kracht doorvliegt, maar dat kan ook verbeelding zijn.
Kortstondig krachtig remmen voorkomt dat ik de volle laag over me heen krijg. Pal voor me kletst de
reigerschijt krachtig tegen het asfalt. Aangezien ik direct daarna door de lucht rij waardoor zoëven
nog de stront zich een weg had gebaand, zet een wat weeïge lucht zich in mijn neus vast om de
juistheid van het gebeurde nog eens dunnetjes te bevestigen.
Achteraf besef je pas dat het toch wel heel bijzonder is; vliegen en schijten tegelijk en dat laatste
eveneens met een zekere charme. Ik kan nog niet eens het eerste, laat staan beiden tegelijk. Welis-
waar zitten er wat spettertjes op mijn schoenen en broek, maar da's minimaal.
Waar ik nog wel mee zit is het volgende: scheet de reiger omdat ik het dacht of was het slechts toeval?