
|
Vanaf begin 1989 rij ik op de Rode Nachtegaal (een WL uit 1940), 15 jaar dus, en altijd heeft ze trouw voldaan aan artikel 1 van het motorrijden: samen uit, samen thuis. Ongeveer 35.000 km heb ik ermee gereden in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Denemarken, Polen, Litouwen, Letland, Estland, Finland, Luxemburg en Tsjechië. In al die jaren is ze nooit uit elkaar geweest, terwijl er hier en daar uit het blok geluiden kwamen die weliswaar zeer herkenbaar zijn, doch meer van doen hebben met andere machines dan met een Harley-Davidson van het type WL. Al jaren loopt dan ook menig Harleyrijder, nestor Bob voorop, te pas & te onpas te verklaren dat het geluid op een cementmolen lijkt en dat ik zeker wacht op de big bang, enz, enz, enz. Helemaal het niet-verversen van de olie is iedereen een doorn in het oog. Hoe dan ook, de olie die ik gebruik (EUROL HD 50 SAE) moet wel van goede kwaliteit zijn, anders zou de motor allang ontploft zijn. De redenen
dat ik uiteindelijk heb besloten om het hele spulletje eens uit elkaar
te trekken zijn dat 15 jaar een mooie periode is en dat ik onderweg naar
de Super Rally in Tsjechië zoveel herrie hoorde dat ik dacht dat
het blok zou splijten: overdwars welte-verstaan! Achteraf denk ik dat
het deels verbeelding is geweest omdat ik urenlang met oordoppen had gereden.
Als je dan weer zonder oordoppen gaat rijden klinkt alles ineens verschrikkelijk
hard. Ook was de compressie (nog?) minder geworden. Hoe dan ook, naast
deze redenen kreeg ik een welhaast natuurlijke aandrang om te gaan sleutelen. Nadat ik
in de garage het gereedschapsbord spinnenrag-vrij heb gemaakt kan het
Grote Sleutelen beginnen. Eerst de tankhelften gedemonteerd en doorgespoeld.
Het benzine-gedeelte is brandschoon. Uit het oliegedeelte komt een vingerhoedje
aluminiumgruis. Niet slecht als je bedenkt dat er ongeveer tien jaar lang
geen olie is ververst. Ik denk dat ik die oude olie maar ter beschikking
stel aan de wetenschap... Vervolgens met Bob naar Larry Elias geweest om hem een en ander te laten beoordelen en datgene te laten reviseren wat Bob zelf niet kan. Larry zal o.a. nieuwe koperen bussen erin zetten (in lijn), de krukas reviseren en zoeken naar betere gebruikte tandwielen met daarin nieuwe assen. Wij nemen alvast allerlei pakkingen, wat onderdelen en andere liflafjes mee terug. Bij Bob slijpen we o.a. de kleppen, monteren nieuwe klepgeleiders en bekijken de versnellingsbak, die er ook diezelfde 35.000 km op heeft zitten. De bak schakelt weliswaar als een tijger, maar als je toch bezig bent. Het enige dat we kunnen ontdekken, via het deksel, is dat de schakeltrommel aan de kant van die dikke kogel te veel speling heeft. Bob weet daar een busje voor te draaien en soldeert die erin met ... zilver! Na een paar weken ga ik weer naar Larry om de gereviseerde spullen op te halen. We komen o.a. aan de praat over originele bougies en er volgt een boeiend college over de bobine, de bougies en last but not least de bougievonken. Het is zo interessant dat ik mezelf na afloop afvraag of ik destijds toch het verkeerde beroep heb gekozen... Alhoewel ik het betoog hier niet zal herhalen is het wel leuk om te vertellen dat beide bougies ten opzichte van elkaar andersom vonken. Oftewel, als de vonk in de ene bougie van de massa-elektrode (min) naar de centrale elektrode (plus) vonkt, vonkt-ie in de andere van de centrale elektrode (plus) naar de massa-elektrode (min). Alhoewel de motor op originele bougies mooier zal lopen dan op vervangende bougies (Champion, NGK, enz.), kun je proberen om de vervangende bougie net zo ver in de kop vast te draaien als een originele, zodat de vonk op dezelfde diepte plaatsvindt. Aangezien de vervangende bougie dieper vonkt dan een originele zal er dan dus een vulring tussen komen. Daarna weer met Bob bezig geweest om bij hem de boel in elkaar te monteren. Het vinden van zuigers is een verhaal apart, maar uiteindelijk zijn het zuigers geworden van het merk Specialloid (gepatenteerd in The United Kingdom in 1932). Hetzelfde merk zit ook in Vincent motoren, dus ik heb maar aangenomen dat het geen bagger is. De praktijk zal het leren. Het blok heb ik thuis weer in het frame gemonteerd, net als o.a. de onderbrekernok en de koppen. Daarna alles weer aangesloten en Bob gebeld: "Kom je even kijken, het is zover?" Even later is Bob er en probeer ik de motor aan te trappen. De motor doet het vrijwel direct, maar loopt als een hondenhok. Vermoedelijk heb ik de onderbrekernok op de achterste cilinder gesteld in plaats van op de voorste. Alle bijgeluiden van vroeger zijn gelukkig verdwenen. De volgende dag blijkt dat de ont-stekingsas inderdaad 180 graden verkeerd staat. Nadat ik dat heb hersteld loopt ze weer als een zonnetje. Het Grote Inrijden kan beginnen! Maar liefst 400 km niet harder dan 50 km en de volgende 400 km niet harder dan 60 km. En als er in totaal 2500 km mee gereden is mag de zijspan er weer aan. Nadat ik
de helm heb opgezet probeer ik de Rode Nachtegaal aan te trappen. Na een
paar keer trap ik ineens in het luchtledige. Shit!!! De kickstarter zal
toch niet kapot zijn? Lineke staat erbij en zegt: "Wat ben je toch
aan het doen?" Waarop ik antwoord: "Ik sta hier frikadellen
te bakken, nou goed! Wat dacht je van motor aantrappen!" Waarop ze
antwoordt: "Hij doet het al hoor, Muppet!" En inderdaad, de
motor loopt al, geheel geruisloos... |