The man himself.



K's column


DE SUPER RALLY CHEMIE VAN 2003/2

Donderdagochtend staan we frisch und sympatisch op. Kennelijk laadde de acculader 's nachts niet alleen accu's bij. We ontbijten in het dorp bij een warme bakker die ook be-legde broodjes en koffie verkoopt. Primadeluxe dus. Ook die dag is het prachtig weer en rijden we onder leiding van Jan jr. door Duitsland. De route was zo uitgestippeld dat we ook geregeld stukken voormalig Oost-Duitsland meepakken.
Pech hebben we eigenlijk niet, dus leek het erop dat we ook de tweede dag het aantal te maken km's zouden halen.. totdat we in Schalkau in een vreselijke onweersbui verzeild dreigen te raken. Petra heeft even daarvoor al aangegeven het niet zo te zien zitten om in noodweer over de dan waarschijnlijk spekgladde bochtige wegen te rijden. Het begint te sputteren, dus we stoppen langs de weg om ons regenpak aan te doen. Terwijl we daar staan komt er een vrouw uit een groot huis naar ons toelopen. Ze vertelt aan Peter dat ze net iemand heeft gesproken die zegt dat het verderop zulk erg nood-weer is, dat de daken bijna van de huizen waaien. Dus misschien willen we even bij haar schuilen en een kopje thee drinken. De motoren kunnen wel zolang in de garage staan. Aangezien er aan het huis een bordje 'Pension' hangt denken wij dat we dus in een pension gaan schuilen. Al pratende ontstaat in de groep de logische spraakverwarring dat we daar dus kunnen slapen en misschien ook wel eten & drinken. Inmiddels komt het met bakken uit de lucht en spoelt het schuim door de straten. Die zijn dus spekglad. Na overleg besluiten we om dat te doen. De motoren worden naar binnen geduwd. Ik loop een trap op en zie Bob in een kameropening staan. Hij draait zich om, kijkt me aan, de armen een ietsje naar buiten gespreid, en zegt: "Nou hebben we het voor elkaar! Wat een zakie. Ze zegt dat er hier wel drie kunnen slapen, maar ik zie maar één matrasje op de grond liggen. Jij kunt weer een fijn stukkie gaan schrijven! Foei!" Aansluitend zit o.a. Dorus in een andere grote kamer met diezelfde vrouw. Of Dorus thee wil: "Nou mevrouw ik heb liever een biertje". "Maar ik heb de thee al klaar staan." "Ik hou niet zo van thee mevrouw, ik heb liever een biertje." Affijn, wat blijkt: ze runt helemaal geen pension, dat bordje wijst naar de gebouwen van de buurman, of zoiets. De slaapkamer die ze aan de nestor liet zien was gewoon een rommelkamer, of zoiets. En de thee die ze Dorus aanbood was uit pure gastvrijheid. Wat een gekte! De buurman die dus wel een pension runt is er niet op dat moment, maar straks wel weer. Om zeker te zijn van onderdak wordt uiteindelijk besloten om te proberen elders in datzelfde dorp onderdak te krijgen. De vrouw, ze blijkt Gerlinde te heten, gaat voor ons aan het bellen en weet een pension te regelen. We drinken allemaal thee uit gigantische kommen aan een grote tafel. Het huis staat/hangt vol schilderijen en andere kunst. Ook zijn er op dat moment een huis-houdster en de moeder van Gerlinde. Er wordt veel gesproken over de voormalige DDR. Als we weggaan moeten we Gerlinde beloven dat we 's avonds nog even langs komen. Ze wil namelijk dat haar man, Jens, ons ook leert kennen. 's Avonds eten we voor-treffelijk in een dorp in de buurt, en gaat Het Grote Razen weer verder. Daarna gaan we zoals afgesproken op visite bij Gerlinde en Jens. Als wij om plm. tien uur 's avond bij haar komen is Jens ook aanwezig. Vanwege de door hen geboden gastvrijheid biedt Peter haar namens de groep een fles whisky aan. Nou, die moet maar meteen open. Peter draait de dop eraf en gooit die zo door het openstaande raam naar buiten. Hoppa! Back to normal. Gaandeweg blijkt dat ze het huis twee jaar geleden hebben gekocht (voor-malig DDR-gebied), dat ze een kunstenaarsechtpaar zijn met drie pleegkinderen en dat hij tevens architect is. Het wordt een hele gezellige avond.

Vrijdagochtend kopen we broodjes bij een bakker en eten die op bij de kunstenares, die ons voorziet van beleg, koffie en thee. Helaas moet Jan sr. in verband met gezondheids-problemen terug naar huis. Jan jr. rijdt mee terug. Na afscheid van hen te hebben ge-nomen rijden we verder richting Tsjechië, helaas zonder de beide Jannen. Het weer is opnieuw schitterend en de omgeving wordt steeds mooier. Bennie heeft de rol Jan jr. overgenomen. Na de middag komen we aan bij de Tsjechische grens. En, je houdt het niet voor mogelijk, maar rijdend in het stukje niemandsland, waar je niet kunt stoppen, begint het te stortregenen. Uiteindelijk, net voordat we doorweekt zijn, lukt het ons om de motoren van de weg af te krijgen en onze regenpakken aan te trekken. De grens-passage verloopt verder snel, waarna we gaan schuilen. Een deel van ons besluit wat te eten. De serveerster heeft een bierkegel en een onduidelijke tattoo, die nog het meest doet denken aan een telegram- besteller die op een hond staat. Het eten is geen succes bij sommigen. In ieder geval niet bij mij. Nadat ik het op heb, krijg ik zo'n fout gevoel over me. Tijdens het rijden daarna wordt het alleen maar erger en begin ik er steeds meer van overtuigd te raken dat mijn maaltijd rijkelijk met salmonella gepocheerd is ge-weest. Gelukkig normaliseert mijn afgetrainde lichaam zich redelijk snel. Als we net in Tsjechië rijden staan en zitten er een paar dames langs de weg die opvallen door het-geen ze niet aan hebben... Onderweg door Tsjechië worden we af & toe toegezwaaid door de mensen in de dorpen. Naarmate we dichter bij de SR komen zien we steeds meer Harleys op de weg of bij terrassen in de dorpen. Om ongeveer zeven uur 's avonds komen we aan op het terrein van de SR.

<< Terug
Lees verder >>


Meer K's column's?


HOME