|
Donderdagochtend
staan we frisch und sympatisch op. Kennelijk laadde de acculader 's nachts
niet alleen accu's bij. We ontbijten in het dorp bij een warme bakker
die ook be-legde broodjes en koffie verkoopt. Primadeluxe dus. Ook die
dag is het prachtig weer en rijden we onder leiding van Jan jr. door Duitsland.
De route was zo uitgestippeld dat we ook geregeld stukken voormalig Oost-Duitsland
meepakken.
Pech hebben we eigenlijk niet, dus leek het erop dat we ook de tweede
dag het aantal te maken km's zouden halen.. totdat we in Schalkau in een
vreselijke onweersbui verzeild dreigen te raken. Petra heeft even daarvoor
al aangegeven het niet zo te zien zitten om in noodweer over de dan waarschijnlijk
spekgladde bochtige wegen te rijden. Het begint te sputteren, dus we stoppen
langs de weg om ons regenpak aan te doen. Terwijl we daar staan komt er
een vrouw uit een groot huis naar ons toelopen. Ze vertelt aan Peter dat
ze net iemand heeft gesproken die zegt dat het verderop zulk erg nood-weer
is, dat de daken bijna van de huizen waaien. Dus misschien willen we even
bij haar schuilen en een kopje thee drinken. De motoren kunnen wel zolang
in de garage staan. Aangezien er aan het huis een bordje 'Pension' hangt
denken wij dat we dus in een pension gaan schuilen. Al pratende ontstaat
in de groep de logische spraakverwarring dat we daar dus kunnen slapen
en misschien ook wel eten & drinken. Inmiddels komt het met bakken
uit de lucht en spoelt het schuim door de straten. Die zijn dus spekglad.
Na overleg besluiten we om dat te doen. De motoren worden naar binnen
geduwd. Ik loop een trap op en zie Bob in een kameropening staan. Hij
draait zich om, kijkt me aan, de armen een ietsje naar buiten gespreid,
en zegt: "Nou hebben we het voor elkaar! Wat een zakie. Ze zegt dat
er hier wel drie kunnen slapen, maar ik zie maar één matrasje
op de grond liggen. Jij kunt weer een fijn stukkie gaan schrijven! Foei!"
Aansluitend zit o.a. Dorus in een andere grote kamer met diezelfde vrouw.
Of Dorus thee wil: "Nou mevrouw ik heb liever een biertje".
"Maar ik heb de thee al klaar staan." "Ik hou niet zo van
thee mevrouw, ik heb liever een biertje." Affijn, wat blijkt: ze
runt helemaal geen pension, dat bordje wijst naar de gebouwen van de buurman,
of zoiets. De slaapkamer die ze aan de nestor liet zien was gewoon een
rommelkamer, of zoiets. En de thee die ze Dorus aanbood was uit pure gastvrijheid.
Wat een gekte! De buurman die dus wel een pension runt is er niet op dat
moment, maar straks wel weer. Om zeker te zijn van onderdak wordt uiteindelijk
besloten om te proberen elders in datzelfde dorp onderdak te krijgen.
De vrouw, ze blijkt Gerlinde te heten, gaat voor ons aan het bellen en
weet een pension te regelen. We drinken allemaal
thee uit gigantische kommen aan een grote tafel. Het huis staat/hangt
vol schilderijen en andere kunst. Ook zijn er op dat moment een huis-houdster
en de moeder van Gerlinde. Er wordt veel gesproken over de voormalige
DDR. Als we weggaan moeten we Gerlinde beloven dat we 's avonds nog even
langs komen. Ze wil namelijk dat haar man, Jens,
ons ook leert kennen. 's Avonds eten we voor-treffelijk in een dorp in
de buurt, en gaat Het Grote Razen weer verder. Daarna gaan we zoals afgesproken
op visite bij Gerlinde en Jens. Als wij om plm. tien uur 's avond bij
haar komen is Jens ook aanwezig. Vanwege de door hen geboden gastvrijheid
biedt Peter haar namens de groep een fles whisky aan. Nou, die moet maar
meteen open. Peter draait de dop eraf en gooit die zo door het openstaande
raam naar buiten. Hoppa! Back to normal. Gaandeweg blijkt dat ze het huis
twee jaar geleden hebben gekocht (voor-malig DDR-gebied), dat ze een kunstenaarsechtpaar
zijn met drie pleegkinderen en dat hij tevens architect is. Het wordt
een hele gezellige
avond.
Vrijdagochtend
kopen we broodjes bij een bakker en eten die op bij de kunstenares, die
ons voorziet van beleg, koffie en thee. Helaas moet Jan sr. in verband
met gezondheids-problemen terug naar huis. Jan jr. rijdt mee terug. Na
afscheid van hen te hebben ge-nomen rijden we verder richting Tsjechië,
helaas zonder de beide Jannen. Het weer is opnieuw schitterend en de omgeving
wordt steeds mooier. Bennie heeft de rol Jan jr. overgenomen. Na de middag
komen we aan bij de Tsjechische grens. En, je houdt het niet voor mogelijk,
maar rijdend in het stukje niemandsland, waar je niet kunt stoppen, begint
het te stortregenen. Uiteindelijk, net voordat we doorweekt zijn, lukt
het ons om de motoren van de weg af te krijgen en onze regenpakken aan
te trekken. De grens-passage verloopt verder snel, waarna we gaan schuilen.
Een deel van ons besluit wat te eten. De serveerster heeft een bierkegel
en een onduidelijke tattoo, die nog het meest doet denken aan een telegram-
besteller die op een hond staat. Het eten is geen succes bij sommigen.
In ieder geval niet bij mij. Nadat ik het op heb, krijg ik zo'n fout gevoel
over me. Tijdens het rijden daarna wordt het alleen maar erger en begin
ik er steeds meer van overtuigd te raken dat mijn maaltijd rijkelijk met
salmonella gepocheerd is ge-weest. Gelukkig normaliseert mijn afgetrainde
lichaam zich redelijk snel. Als we net in Tsjechië rijden staan en
zitten er een paar dames langs de weg die opvallen door het-geen ze niet
aan hebben... Onderweg door Tsjechië worden we af & toe toegezwaaid
door de mensen in de dorpen. Naarmate we dichter bij de SR komen zien
we steeds meer Harleys op de weg of bij terrassen in de dorpen. Om ongeveer
zeven uur 's avonds komen we aan op het terrein
van de SR.
|