|
Bloemen:
Bert, Bob, Dorus (eerste dag), Hans, Harry, Jan jr, Koen, Koos, Martin,
Peter & Petra, Simon (terugreis) en Walter (terugreis) en Willem.
Gereden kilometers: iets meer dan 1800. Hieronder enkele fragmenten.
Vertrek.
Woensdagochtend 26 mei: ik stap bijtijds op en luister tijdens het ontbijt
naar de nieuwste LP van Dead
Moon, getiteld Dead Ahead. Dat had ik beter kunnen laten... (zie Terugkomst)
Even later rij ik de straat uit, richting Korperskorner.
Nieuw
record.
Die woensdagochtend verzamelen
we dus bij de nestor. De Harley die gezamenlijk eigen-dom is van Bert
en Martin zal worden bereden door Hans, een vriend van ze. Welnu, Hans
komt aanlopen met de Harley. Dat belooft wat. Volgens Hans is er iets
niet goed met de koppeling, het pedaal gaat te zwaar. Bert rijdt er een
stukje op, maar hem valt niets op. Een kwestie van wennen dus, met als
gevolg dat Hans de eerste paar honderd kilometer als een kikker bij de
stoplichten vandaan zal springen. Om 8.45 uur vertrekken we vanaf de Sassenpoort.
Aan het begin van de Marsweg stoppen we omdat de helft ontbreekt. We wachten,
wachten en wachten. Ik kijk op de dagteller die ik bij Bob op nul heb
gedraaid. Die staat op 1,5 km!
Peter rijdt terug en ook ik duik na verloop van tijd nog 'ns onder de
Sassenpoort door. Niets. Alles is weg. Na enige tijd komt het mobiele
telefoonverkeer op gang. Wat blijkt, de andere helft staat inmiddels in
Ommen. Hoe dan ook, een nieuw record is gevestigd. We kunnen ons aanmelden
bij het Guinnessbook of records voor de groep motorrijders die op een
rit van 1800 km al binnen een paar minuten en 1,5 km totaal uit elkaar
ligt.
Het vogeltje.
Helaas vliegt op de heenreis in Denemarken een musje in mijn voorwiel.
Daar kon-ie niet tegen, het vogeltje. Shit happens. De postume wraak van
het vogeltje is echter heel treffend, want op de SR heb ik heel wat mensen,
in allerlei talen, horen zeggen: "Ik werd vanochtend wakker met een
dood vogeltje in de mond".
Ontbijt.
De tweede dag wordt 's ochtends heerlijk ontbeten in een hotel. De nacht
hebben de meesten van ons geslapen in een zaaltje in het souterrain. Dorus
en paar andere ontluikende bloemen der natie zitten lekker te ontbijten
aan een lange tafel als Willem binnenkomt. Dorus: "Euhh Willem als
jij net zoveel lawaai maakt bij het eten als bij het slapen, dan heb ik
liever dat je ergens anders gaat zitten..."
Intermezzo
( met dank aan Hans).
.... En toen zei mijn vader tegen mijn moeder:"Wat denk-ie Mien,
za'k nog een börreltien nemm'n?" Mijn moeder: "Ie hep al
wel genog ehad, dach ik zo." Het duurt even en dan zegt mijn vader:
"Mien, ik goa ëventies op zolder kieken hör, bie 't biljärt."
Hij staat op, loopt van de kamer naar de keuken, draait zich om naar mij
en doet de wijsvinger op zijn lippen. Daarna doet hij voorzichtig het
keukenkastje open en pakt de fles jenever eruit en een glaasje. Precies
op het moment dat-ie de gang in wil lopen, wordt de papegaai (Jakko) wakker.
Jakko overziet de situatie in een oogopslag en zeg: "Kloekkloekloekkloekkloek."....
De zonnebril.
Bij een tankstop verzet Hans z'n Harley en rijdt daarbij over de zonnebril
van Bert. Gelukkig zit Bert zijn hoofd er op dat moment niet achter...
Intermezzo
(met dank aan Hans).
Het betreft hier verhalen over licht hysterische dronken vrouwen, die
sterk doen denken aan de film Barfly en de boeken van Charles Bukowski.
Zie s.v.p. genoemde film en boeken.
Brand.
Tijdens één van de vele boottochten zien we een Engelsman
die over het stuur van zijn Japanse motor ligt te slapen. Het lijkt wel
of er wat brandschade
aan de zij-en achterkant van zijn motor zit. De man wordt op een gegeven
moment wakker en raakt met een paar van ons aan de praat. Wat blijkt?
Hij rijdt lekker op de snelweg als er wat in zijn rug lijkt te prikken.
Hij kijkt en ziet dat zijn tent in de brand staat en dat hij daardoor
in de brand begint te vliegen. Een rooksliert verwaait boven de snelweg.
Oorzaak: de tent heeft de uitlaat geraakt. Hij stopt op de vluchtstrook
en het lukt hem om de tent van de motor af te halen en in de berm te laten
verbranden.
De Super
Rally.
Ook dit jaar is het op een voormalig vliegveld, waar vandaan enkel nog
sportvliegtuigjes opstijgen. Het is heel redelijk georganiseerd en vanaf
zaterdagmiddag 16.00 uur breekt de zon door en ziet de wereld er een stuk
aangenamer uit. Op vrijdagavond hebben we Slade nog zien spelen en dat
was toch ook wel weer leuk. Er schijnen 10.000 motoren te zijn en ongeveer
12.000 bezoekers. Verder valt er veel over te vertellen, maar iedereen
die wel eens een SR heeft bezocht kan zich daar wel iets bij voorstellen.
Vliegende
kroketten.
We staan met z'n allen bij elkaar op het terrein van de SR als Hans opeens
met van schrik uitpuilende ogen wegduikt en schreeuwt: "Zag-ie dat!!!
Zag-ie dat!!! Vliejende
krokett'n met vleugels!!! Zukke vleugels!!!" Om de vleugelmaat
aan te geven spreidt hij zijn armen.
Knettergek!
Benzine.
Op de terugreis krijgt Petra het op de een of andere manier voor elkaar
om zonder benzine te komen staan. Op haar motor zit een tank van ongeveer
300 liter waarmee je probleemloos in één ruk van de Algarve
naar de Noordkaap kunt blazen, en toch... Al met al zo bijzonder dat inmiddels
het gerucht gaat dat Hans Kazan contact heeft gezocht met Petra. Hij wil
de truc graag kopen...
Extra
pauzes (lees: Pech).
- In Denemarken gaat het kettingrandje van Petra kapot. De nestor repareert
het met tieraps;
- In Denemarken breekt bij Hans de kickstarter
af. Om te voorkomen dat de kickstarteras gaat draaien en daardoor schade
aanricht in de bak, slaat de nestor de koperen lagerbus wat krom, spuit
er wat Locktight tussen en blust een en ander heel fijn af met kit. Vanaf
dat moment zal Hans bij elk vertrek de show stelen bij de omstanders,
die er meestal wel zijn, omdat-ie moet worden aangedrukt;
- Datgene dat voor onmogelijk werd gehouden gebeurt toch! In Zweden begint
Bob's bike te sputteren. De uiteindelijke oorzaak blijkt een verstopte
benzinedop te zijn. Het ding is vast verstopt geraakt van alle rondslingerende
olie/oliedampen, benzinedampen, stof, enz. die alle andere motoren die
vóór hem rijden uitbraken;
- In Duitsland gaat Simon zijn uitlaat stuk.
In een handomdraai zetten we het weerbarstige onderdeel weer op zijn plaats;
-Alhoewel ik met het gereviseerde blok vooraf 1100 km mee heb gereden
dreigt aan het begin van de reis de achterste cilinder van mijn motor
vast te lopen. Oorzaak: de niet-originele zuiger (merk Specialloid) zet
te veel uit of de cilinder is te nauw, het ligt er maar net aan hoe je
het bekijkt. Ik stel de carburateur nog veel rijker af dan ze al staat
en dan gaat het goed. Even overweeg ik nog om De Rode Nachtegaal om te
dopen tot De Rode Tempelier want door het veel teveel aan benzine loopt
ze ongeveer 1 op 12. Verder loopt ze perfect. Op de laatste dag stel ik
de carburateur weer terug in de veronderstelling dat de achterste cilinder
na al die kilometers de zuiger inmiddels wel geaccepteerd heeft. Dus niet.
Het positieve(?) aan het verhaal is dat ik de laatste dag wel veel harder
kan rijden voordat de problemen beginnen dan aan het begin van de reis.
Maar es kijken of ik er nog iets aan ga veranderen, want het is verre
van ontspannend om de hele dag te moeten rijden met je voet op het koppelingspedaal.
Bah, bah, bah;
- Al met al denk ik dat we met z'n allen een uurtje oponthoud hebben gehad.
Te verwaarlozen dus.
Drie heren
doen een drukje.
Bob & Bert doen een drukje als ze iemand de derde w.c. horen binnengaan.
Na een poosje zegt Bert: "Willem, zit jij daar?" Willem: "Ja."
Bert: "Dan heb jij nú een probleem want daar is geen w.c.
papier..."
Geurvlag.
De Liberator
van Jan plaatst rijkelijk geurvlaggen bij tankstops. Dit komt doordat
de olie van de smering van de primaire ketting tijdens het rijden grotendeels
op de beschermplaat blijft liggen die onder het blok doorloopt. Tijdens
het tanken staat de motor echter scheef op de zijstandaard en dan loopt
er nogal wat olie de straat op (een plasje met een doorsnee van ongeveer
10 cm.). Zo gaat het ook op de terugwegweg bij een tankstop in Duitsland.
Na het tanken zet Jan de motor bij de pomp vandaan. Wat later staat bij
de pomp waar Jan even daarvoor had getankt een jongen met een scootertje.
Hij tankt, loopt naar binnen, betaalt, loopt naar buiten en ziet tot zijn
schrik een plas olie onder zijn scooter liggen. Hij gaat op de knieën
en kijkt onder zijn blok, maar dat is natuurlijk kurkdroog. Vertwijfeld
rijdt-ie weg.
Tourcaptain.
Jan jr. is de hele reis tourcaptain geweest en dat gaat perfect. Achteraan
rijdt Koen met een navigatiesysteem waaruit bij wijze van spreken geloei
klinkt als je langs een weiland met koeien rijdt. In geval van twijfel
overleggen beiden even, waarna de reis weer wordt voortgezet, nadat iedereen
is uitgerookt... en uitgerookt... en uitgerookt...
Terugkomst.
Dinsdagavond 1 juni: Nadat ik de bagage heb afgeladen en wat heb gegeten
loop ik naar de draaitafel om een plaatje te draaien. Ik zie dat de LP
van Dead Moon nog steeds(?) draait in de uitloopgroef. Er is iets niet
goed met de A-kant want de pick-up is een volautomaat. Navraag leert dat
niemand in die week LP's gedraaid heeft. De naald heeft zeven dagen lang
in de uitloopgroef zijn baantjes getrokken.
Twee dagen later staan ze live in Hedon en geven een fantastisch concert,
waarin o.a. het ijzingwekkende The 99's. Ter afsluiting een coupletje
en de recensie
uit de Stentor.
THE 99's: We are the ravens of darkness / The spies who came in from
the cold / We'll never see tomorrow / We're never gonna get that old /
We're the cornerstone tomboys / Waitin' on a dead end street / We're the
1st ones into battle / The last ones to retreat / We lead the desperate
lives / We are the 99's.
|